5 tips om beter te veldrijden

Het veldritseizoen draait op volle toeren en Mathieu van der Poel rijdt de pannen van het dak. Als je hem bezig ziet, lijkt veldrijden simpel. Maar wie zelf al eens op een veldritparcours heeft gereden weet dat niets minder waar is. Hoe moet je vlot afstappen? Hoe neem je een gevaarlijke afdaling en wat met bandendruk? Wij trokken met veldritexpert Rudy De Bie naar de kuil van Zonhoven om vijf basistechnieken uit te leggen.

Het is crossweer in Zonhoven. De temperatuur komt nauwelijks boven het vriespunt. Rudy De Bie voelt zich als een vis in het water. Jarenlang was hij bondscoach van de Belgische veldritselectie en nu houdt hij zich bezig met de jeugdopleidingen van Cycling Vlaanderen. Rudy is dus de geknipte man om 5 essentiële veldrittips te geven.

1. ALLES BEGINT MET BANDENDRUK

De bandendruk is heel belangrijk en verschilt van parcours tot parcours. Hier in Zonhoven krijgen we een echt zandparcours onder de wielen geschoven. Ik zet mijn banden hier dus extreem zacht: 1,1 à 1,2 Bar. Dat voelt net alsof je lek aan het rijden bent. We zetten die banden zo zacht omdat je dan meer grip hebt en omdat je band dan breder wordt, je zal zo makkelijker door het zand kunnen rijden. Op een parcours dat iets vlotter bolt, kan je je banden iets harder zetten, maar overdrijf zeker niet.

2. MIS JE START NIET

Goed begonnen is half gewonnen, dat geldt ook in een veldrit. Je mag je start niet missen. Concentreer je dus. Zet je pedaal drie kwart omhoog, hou je remmen in en zet al wat druk op je pedaal. Zorg dat je in de juiste versnelling zit. Start niet met een te grote versnelling, maar schakel na een paar trappen bij. Kijk goed naar de startlichten en ga!

3. KLIK TIJDIG LOS VOOR JE AFSTAPT

Als je van je fiets moet springen voor een hindernis is het belangrijk dat je zo veilig mogelijk van je fiets stapt. Het steunbeen, waar je het langst mee op je pedaal blijft staan, moet je op tijd losklikken. Je kan op je pedaal blijven steunen met de tip van je voet. Klik vervolgens je tweede voet uit en spring van je fiets. Je klikt best vroeg genoeguit, want als er een steentje of een takje tussen je schoenplaatje zit, kan het zijn dat je niet snel genoeg kan uitklikken en tegen de hindernis knalt.

Start niet met een te grote versnelling, maar schakel na een paar trappen bij

4. LEG JE GEWICHT NAAR ACHTER IN DE AFDALING

Hier in Zonhoven ligt misschien wel de bekendste afdaling van heel het veldritseizoen: de kuil. Het is op zich niet zo moeilijk om hier naar beneden te rijden, maar je moet wel aan een aantal dingen denken. Begin met je gewicht naar achter te leggen en vermijd je voorrem. Zo zorg je ervoor dat je niet over kop gaat. Zet niet te veel druk op je voorwiel en laat je fiets de lijn volgen die wordt voorgeschoteld.

+ 2

5. LOOP IN DE VOETSPOREN

Eens je de kuil bent ingedoken, moet je er ook weer uitklimmen. Je stapt van je fiets zoals we geleerd hebben in stap 3. Dan schouder je je fiets: je neemt je fiets vast bij de onderbuis en heft hem op je schouder. Dan steek je je hand onder de onderbuis door en neemt je stuur vast in de beugel. Zo kan je je fiets heel stabiel tegen je lichaam aan houden. Nu kan je beginnen klimmen. Het is belangrijk dat je niet in het wilde weg loopt, want dan verspil je te veel energie. Je moet de voetstappen van je voorgangersopzoeken, dat zijn precies trapjes geworden. Als je daarin loopt, geraak je veel vlotter boven.

Zo, wie zijn crosstechniek wil bijschaven kan van start gaan met deze tips en wie weet word jij wel de nieuwe van der Poel!