Iedereen mecanicien

#2: VOOR- & ACHTERDERAILLEUR AFSTELLEN

Topmateriaal verdient het om goed gesoigneerd te worden. Cycling Vlaanderen en Canyon loodsen je stap voor stap door de belangrijkste herstellingen en helpen je om je geliefde tweewieler in superconditie te houden. In dit tweede deel leren we je de voor- en achterderailleur perfect af te stellen. Zet samen met ons je eerste stappen als mecanicien!

Vooraleer je begint te sleutelen, moet je eerst weten welke schroefjes je allemaal ziet. De achterderailleur van je racefiets heeft drie stelschroeven: twee kort bij elkaar en een grotere schroef die wat uitpuilt. Je kan ze alle drie afzonderlijk in- en uitdraaien om je versnellingsapparaat nauwkeurig af te stellen. De twee die dicht bij elkaar staan, zijn de ‘L’ (low speed) en de ‘H’ (high speed). Deze schroefjes bepalen de uiterste grenzen van de achterderailleur. Als je de grenzen te ver afstelt, valt de ketting van de cassette. Stel je ze te klein in, dan zal je de uiterste tandwielen niet kunnen bereiken. Tot slot staat de derde schroef in voor de hoogte van de achterderailleur en de spanning erop.

BELANGRIJK: het afstellen van de achterderailleur kan enkel correct gebeuren als je pad correct staat. Is je pad krom? Dan moet je eerst dit probleem verhelpen vooraleer je de derailleur kan afregelen.

STAP 1: LAAGSTE VERSNELLING ACHTERAAN AFSTELLEN

Zorg ervoor dat het bovenste derailleurwieltje in een rechte lijn staat onder het grootste tandwiel van je cassette. Als je de derailleur wil herstellen, gebruik je een 2mm-inbussleutel (Shimano) of kruiskopschroevendraaier (Shimano/ Campagnolo). Staat de derailleur te ver van het tandwiel en te dicht tegen de spaken, dan moet je de ‘L’-schroef naar rechts draaien. Staat hij te ver naar buiten, weg van het wiel, dan draai je naar links tot het derailleurwieltje mooi uitgelijnd is met het tandwiel. Let goed op en kijk hoe de derailleur wat meer naar binnen of naar buiten gaat. Houd je gereedschap of een meetlatje ertegen zodat je goed kan beoordelen of het recht staat. Als dit het geval is, moet je nog een kwartslag terugdraaien. Op die manier krijgt de aandrijving wat speling om licht te bewegen. Als je hiermee begint te spelen, moet je steeds goed opletten dat je de achterderailleur niet te ver naar binnen afstelt. Een te bruuske schakeling zou dan de hele achterderailleur in je wiel kunnen trekken.

TIP: staat er bij jou niet ‘L’ of ‘H’ bij de schroefjes? Dan dient het linker- schroefje - van achter de fiets gezien - om de laagste versnelling af te stellen, en het rechtse voor de hoogste versnelling.

STAP 2: HOOGSTE VERSNELLING ACHTERAAN AFSTELLEN

Leg je ketting nu achteraan op het kleinste kransje om de hoogste versnelling af te stellen. Bij elektronische groepsets moet je ook op het buitenblad staan om dit te kunnen bereiken. Bij mechanische groepen lukt dit sowieso en mag je kiezen of de ketting op het binnen- of buitenblad ligt. Daarna herhalen we de vorige stap maar dan met de ‘H’-schroef. Zorg er dus voor dat het bovenste derailleurwieltje kaarsrecht onder de kleinste tandkrans staat. Voorzie ook hier weer een kwartslag speling. Als de stelschroef te ver is uitgedraaid, zal de ketting van de cassette vallen. Mocht je ze te ver indraaien, dan zal de ketting niet meer op het kleinste tandwieltje geraken. Een nauwkeurige uitlijning legt dus de juiste limieten van je achterderailleur vast.

STAP 3: SCHAKELMOMENTEN ACHTERDERAILLEUR AFSTELLEN

Als de buitengrenzen eenmaal bepaald zijn, moet je ervoor zorgen dat alle schakelmomenten vlot verlopen. Daarvoor gebruiken we bij mechanische groepsets de stelnippel die je met de hand aandraait. Begin bij het kleinste tandwieltje en schakel rustig tot je de hele cassette hebt overlopen. Als de spanning goed staat, hoor je geen vervelend getik tijdens het ronddraaien van de pedalen. Hoor je wel een ratelend geluid en zie je dat de ketting niet mooi op een kransje valt, dan moet je de spanning veranderen. Blijf de pedalen rustig ronddraaien terwijl je de nippel beetje bij beetje bijstelt. Als de ketting weigert op een groter tandwiel te gaan, dan moet je de kabelspanning wat verhogen tot het wel lukt (naar links draaien). Slaat de ketting daarentegen een tandwiel over of schakelt het systeem niet goed af, dan moet de spanning naar beneden (naar rechts draaien). Na een tijdje voel je steeds beter aan hoeveel je moet bijdraaien om het gewenste resultaat te bekomen. Oefening baart kunst!

Bij elektronische groepsets bepalen we de fijne afstelling met de junction box, de kleine unit die je elektronische schakelsysteem regelt. Bij Shimano-modellen houd je het knopje erop ingedrukt tot er een rood lampje brandt. Als je de achterderailleur een tikkeltje moet bijregelen, gebruik je de rechter shifter waarmee je normaal op- en afschakelt. Per tikje ertegen zal je horen dat de derailleur ietwat opschuift. Kijk langs achteren of de derailleur netjes in het midden van de tandwielen loopt. Blijf dit herhalen tot de ketting mooi middenin op de tandwielen ligt. Om de afstelmodus te verlaten, druk je opnieuw het knopje aan de junction box enkele seconden in. Het rode lichtje zal uitdoven als bevestiging.

STAP 4: HOOGTE ACHTERDERAILLEUR/SPANNING AFSTELLEN

Wanneer moet je dit doen? Als je bijvoorbeeld een cassette monteert met meer dan 30T zal je de spanning wat moeten verhogen. Omdat het tandwiel groter is dan het vorige, moet de derailleur er wat verder vandaan komen. Door de spanning te vergroten, zal de derailleur een beetje zakken en de nodige ruimte geven. Monteer je nadien weer een cassette met een kleiner tandwiel, dan moet je de spanning verlagen zodat de kooi wat dichter komt. Deze stap is dus overbodig als je geen cassettewissel doet. In zo’n geval is het voldoende om de limieten van de achterderailleur af te stellen en de schakelmomenten te perfectioneren.

Om de hoogte van de achterderailleur bij te regelen, leg je de ketting op het grootste tandwiel achteraan en het binnenblad vooraan. De afstand tussen het grootste tandwiel en het bovenste derailleurwieltje moet een bepaalde ruimte hebben om optimaal te functioneren. In de meeste gevallen zit je goed als je 5-7mm ruimte voorziet tussen de twee. Zorg ervoor dat je die afstand respecteert en indien nodig aanpast met de grotere stelschroef. Als de afstand tussen de twee te klein is, zal de derailleur niet vlot naar het grootste tandwiel schakelen. Staat de achterderailleur te ver van de cassette, dan zal geen enkel schakelmoment vlot verlopen en omklemt de ketting slechts weinig tandjes volledig.

TIP: als je vaak wisselt tussen verschillende cassettes controleer je best regelmatig de ketting. Door het veelvuldige opspannen en nadien terug ontspannen, kan de ketting te lang of te kort worden voor een cassette. Je ketting mag niet te los hangen want dan klemt ze niet strak genoeg om de tandwielen. Gevaarlijke boel!

STAP 5: LIMIETEN VOORDERAILLEUR AFSTELLEN

Ook hier moeten we weer een onderscheid maken tussen mechanische en elektronische groepen. Bij de recente elektronische sets zie je enkel een ‘H’-stelschroef op de voorderailleur, bij mechanische en oudere Di2-varianten zie je ook nog de ‘L’-schroef. We beginnen met de ‘H’-stelschroef die iedereen heeft. Om die af te stellen, leg je de ketting op het buitenblad en achteraan op het kleinste kransje. Op die manier bereik je het zwaarste verzet. Check vervolgens hoeveel speling je hebt tussen de kooi van de voorderailleur en de ketting. Als de ketting aan de buitenkant tegen de kooi schuurt, moet je de ‘H’-schroef wat bijstellen zodat die er 1mm vanaf komt te staan (naar rechts draaien). De ketting moet dus in dit geval niet in het midden van de kooi staan, wél net niet tegen de buitenkant ervan. Op die manier voorkom je dat de ketting ruimte heeft om langs de buitenkant tussen de kooi te glippen en eraf te vallen. Dit geldt zowel voor mechanische als elektronische groepsets.

Daarna schakel je helemaal naar het kleinste verzet (grootste tandwiel achteraan en binnenblad vooraan). Ook hier gaan we nakijken of de ketting net niet tegen de binnenkant van de kooi schuurt. Geef je hier te veel bewegingsruimte, dan loop je het risico dat de ketting tussen het binnenblad en je frame valt. Bij mechanische of oudere Di2-groepen kan je dit afstellen door middel van de ‘L’-schroef. Zorg er opnieuw voor dat de kooi 1mm speling heeft, maar deze keer aan de binnenkant van de ketting. Heb je een elektronische Shimano-groepset waarbij die ‘L’-schroef ontbreekt? Geen paniek, de afstelling gebeurt hier met de junction box. Druk op het knopje tot het rode lampje van de junction box brandt en leg je ketting op het binnenblad en achteraan op het grootste tandwiel. Gebruik nu de linker- shifter om de kooi in kleine stapjes op te schuiven. Ook hier moet de ketting ongeveer 1mm van de binnenkant van de kooi blijven. Ziezo, nu zijn de limieten van de voorderailleur perfect ingesteld.

STAP 6: HOOGTE VOORDERAILLEUR AFSTELLEN

Om vlot te kunnen schakelen moet je ook rekening houden met de hoogte van de kooi. Als je een groter tandwiel monteert, zal je bijgevolg ook de kooi wat hoger moeten schuiven. Zonder stevige valpartij of eerder gesleutel aan je voorderailleur hangt die kooi op de juiste hoogte. Wil je er zeker van zijn dat ze correct hangt? Voorzie dan een speling van 2-3mm tussen de kooi en het uiteinde van een tandwieltand. Ga tot slot ook na of de kooi netjes evenwijdig loopt met het tandwiel. Er zijn heel wat verschillende modellen op de markt, dus kijk even welke schroef bij jou instaat voor de regeling van hoogte en uitlijning. Vooraleer je de derailleur losmaakt, kleef je best een strookje plakband op de hoogte waar hij nu hangt. Zo zie je nog de precieze hoogte als je hem enkel evenwijdig wil bijstellen.

STAP 7: SCHAKELMOMENTEN VOORDERAILLEUR AFSTELLEN

Net zoals bij de achterderailleur kan je ook bij de voorderailleur de spanning op de kabel regelen. Bij nieuwe Shimano-derailleurs doe je dat opnieuw met een spanningsregelaar. Dit is een kleine stelschroef die je terugvindt bovenaan de derailleur naast de grote bout waarmee de kabel wordt gemonteerd. Deze wordt afgesteld met een inbussleutel. Speel er wat mee en blijf ondertussen de pedalen ronddraaien. Heb je een ouder model, dan zal je die spanningsschroef niet terugvinden. In dit geval moet je het meestal doen met een spanningswieltje aan de kabel ter hoogte van je stuur. Gebeurt er niets als je de shifter induwt? Draai er dan wat meer spanning op (naar links draaien). Heeft hij de neiging om voorbij het gewenste blad te gaan? Haal er dan simpelweg wat spanning af (naar rechts draaien). Nu is je hele aandrijving tiptop in orde. Vlammen maar!

TIP: zijn de stelschroefjes gevuld met vuil waardoor je gereedschap er geen vat op heeft? Haal de viezigheid er dan eerst uit met een tandenstoker.